Met ingang van 2011 geldt de werkkostenregeling: een nieuwe manier van fiscaal omgaan met vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Gedurende drie jaar (2011, 2012, 2013) geldt een overgangsregeling en mag u kiezen of u het huidige stelsel gebruikt of overgaat op de werkkostenregeling. Door de grote verschillen kan de werkkostenregeling flink duurder of juist goedkoper uitpakken. Breng daarom nú uw situatie in kaart.
De nieuwe regeling gaat in per 1 januari 2011, maar gedurende drie jaar geldt een overgangsregeling en mag u jaarlijks kiezen of u het huidige systeem volgt of overgaat op de werkkostenregeling. U krijgt deze mogelijkheid omdat het hanteren van de werkkostenregeling aanzienlijk duurder voor u kan uitpakken dan u nu gewend bent. Daarom is het belangrijk nu alvast te beginnen met een inventarisatie.
Door de werkkostenregeling verdwijnen veel gedetailleerde regels voor verschillende vergoedingen en verstrekkingen, zoals de voorwaarden voor de fiets van de zaak. Daar staat tegenover dat u al uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers in kaart moet brengen om te beoordelen wat wel en wat niet onder de vrije ruimte valt.
Wanneer na inventarisatie blijkt dat de huidige onbelaste verstrekkingen en vergoedingen de vrije ruimte van 1,4% van de totale loonsom overschrijden, dan zult u waarschijnlijk kiezen voor de overgangsregeling. Bedenk echter dat de overgangsregeling maar drie jaar kan worden toegepast en dat u, zonder aanpassing van beleid, vanaf 1 januari 2014 hoogstwaarschijnlijk meer belasting gaat betalen.
Wanneer de huidige en toekomstige verstrekkingen en vergoedingen de 1,4%-norm naar verwachting niet zullen overschrijden, dan kunt u direct kiezen voor de werkkostenregeling en kunt u nadenken over het benutten van de vrije ruimte. Een bijkomend voordeel van het toepassen van de werkkostenregeling is dat bij een onbelaste vergoeding alleen een "gebruikelijkheidstoets' geldt en u niet meer hoeft aan te tonen dat er werkelijk gemaakte kosten tegenover staan.