Soms krijgt u als directeur-grootaandeelhouder (DGA) opdrachten aangeboden waarbij uw persoonlijke kwaliteiten voorop staan. De opdrachtgever vraagt u misschien om een VAR-DGA (verklaring arbeidsrelatie-DGA). Zo heeft hij zekerheid dat er geen loonheffingen hoeven te worden ingehouden en afgedragen. De Belastingdienst kijkt kritisch naar aanvragen van dergelijke VAR’s. Als u namelijk een opdracht uitvoert waarvoor uw persoonlijke deskundigheid is vereist, kan dat voor de Belastingdienst een reden zijn om een VAR-DGA te weigeren.
Alleen natuurlijke personen, zoals een DGA, een ondernemer, een vennoot of een maat kunnen een VAR aanvragen. De bv zelf kan dus geen aanvraag indienen. De Belastingdienst beoordeelt bij de aanvraag of de inkomsten uit werkzaamheden die u voor opdrachtgevers van uw vennootschap verricht, kunnen worden toegerekend aan uw bv. Wanneer dat het geval is, verstrekt de Belastingdienst een zogeheten VAR-DGA.
Uiteraard wilt u liever geen belasting in privé betalen over uw bijverdiensten als DGA en het liefst de werkzaamheden uitvoeren op rekening en risico van de bv. Let zorgvuldig op het invullen van uw aanvraag voor een VAR. Specifieke persoonlijke deskundigheid kan voor de belastinginspecteur een reden zijn om u een VAR-DGA te weigeren. U krijgt dan een VAR-ROW (resultaat uit overige werkzaamheden).
Onlangs besliste het gerechtshof Den Bosch dat een VAR-DGA niet mogelijk is als een DGA op strikt persoonlijke titel een opdracht uitvoert. De DGA in kwestie verrichte allerlei werkzaamheden voor diverse bezwarencommissies van een gemeente. Hij was strikt op persoonlijke titel benoemd en dit had te maken met zijn persoonlijke kwaliteiten. Bovendien konden de commissiewerkzaamheden alleen maar persoonlijk door hem zelf worden verricht en dus niet worden uitgevoerd voor rekening en risico van de bv. Volgens de rechter had de inspecteur in dit geval dus terecht een VAR-ROW afgegeven.
Wanneer u een nieuwe werknemer aanneemt, bent u verplicht de identiteit van deze persoon vast te stellen vóór de 1e werkdag. Om u te helpen, heeft de overheid een stappenplan ontwikkeld.
Het stappenplan bestaat uit de volgende 5 stappen:
Wilt u meer weten over dit stappenplan, kijk dan op www.weethoehetzit.nl. Kies vervolgens voor: Ik ben een werkgever > Ik wil eerlijk werken > Ik ga aan de slag met (nieuwe) werknemers > Identiteit vaststellen. Hier kunt u digitaal het 5-stappenplan doorlopen
Kunt u de identiteit van uw werknemer niet op de juiste manier vaststellen, dan moet u het anoniementarief toepassen. Doet u dit niet dan kan de Belastingdienst u een verzuimboete opleggen van maximaal € 4.920. Datzelfde geldt voor de werknemer, want ook hij is verplicht om zijn identiteit op de juiste manier door u te laten vaststellen.
Zakendoen met het buitenland wordt vanaf 1 juni dit jaar aantrekkelijker. De exportkredietgarantieregeling uit 2009 wordt namelijk herzien en dat geeft u als exporteur betere kansen om orders uit het buitenland binnen te halen.
Het zal u maar overkomen. De afnemer in het buitenland van uw producten kan de rekening niet betalen. Tegen dit risico kunt u zich verzekeren in de vorm van een exportkredietverzekering. Er zijn verschillende vormen van exportkredietverzekeringen. Doorgaans betaalt u een premie over de omzet en is een dergelijke verzekering alleen bedoeld voor levering aan zakelijke klanten. De overheid heeft destijds een garantieregeling in het leven geroepen om het voor banken en verzekeraars aantrekkelijker te maken het debiteurenrisico van ondernemers over te nemen. De laatste jaren echter merken Nederlandse exporteurs dat het in vergelijking met buitenlandse concurrenten steeds moeilijker wordt om hun kapitaalgoederen die bestemd zijn voor het buitenland, gefinancierd te krijgen. Voor ondernemers in de sectoren als de scheepsbouw, aannemerij, baggerwerken, kassenbouw en handel in medische instrumenten is het belangrijk dat zij dergelijke producten blijven exporteren, ook als de risico's groter zijn, zo redeneert het demissionair kabinet.
In de nieuwe regeling kan exportfinanciering voor de lange termijn nu sneller tot stand komen. Investeerders krijgen een volledige garantie van de overheid en banken krijgen zekerheid over de terugbetaling van de lening. De regeling wordt door Atradius Dutch State Business (http://www.atradiusdutchstatebusiness.nl/overheidsregelingen) namens de overheid uitgevoerd en loopt in ieder geval tot en met 31 december 2014.
Bij export loopt u uiteraard niet alleen betalingsrisico´s. Let ook op andere risico´s die u wellicht wilt afdekken, zoals het transportrisico, de productaansprakelijkheid en eventuele valutarisico’s.
Na het mislukte Catshuisberaad is het de partijen VVD en CDA nu alsnog gelukt om samen met de oppositiepartijen D66, GroenLinks en de Christenunie een bezuinigingsakkoord voor 2013 te bereiken. Het gaat om een ingrijpend pakket aan maatregelen (zo'n 14 miljard aan bezuinigingen) waar wij allemaal de lasten van gaan voelen. Maatregelen die noodzakelijk zijn om het begrotingstekort volgend jaar op 3% te brengen.
Een aantal bezuinigingen en hervormingen uit het pakket hebben wij voor u op een rij gezet:
De AOW-leeftijd gaat sneller omhoog; in 2013 met 1 maand. In de jaren erna nog sneller, zodat uiterlijk in 2019 de pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar wordt bereikt.
WW en ontslagrecht worden hervormd. De WW-premie voor werkgevers gaat in 2013 tijdelijk omhoog en werkgevers gaan de eerste 6 maanden van de WW-uitkering betalen. Daar staat tegenover dat ontslagvergoedingen worden beperkt. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt afgeschaft. Datzelfde geldt voor het onbelaste privégebruik van leaseauto's. Hogere inkomens (inclusief bonussen) worden in 2013 tijdelijk extra belast met een werkgeversheffing: een eenmalige crisisheffing. Daarnaast wordt de werkgeversheffing op excessieve vertrekbonussen verhoogd van 30 naar 75%.
De hypotheekrenteaftrek blijft gehandhaafd, maar vanaf volgend jaar moeten nieuwe hypotheken in 30 jaar volgens het annuïteitensysteem worden afgelost om nog in aanmerking te komen voor aftrek. De overdrachtsbelasting blijft 2%. De huren voor huurders met een inkomen tussen € 33.000 en € 43.000 mogen worden verhoogd met de inflatie vermeerderd met 1%.
Het algemene BTW-tarief van 19% gaat in oktober 2012 omhoog naar 21%. Deze verhoging wordt in 2013 gecompenseerd door een lagere inkomstenbelasting, in het bijzonder voor werkenden met een laag inkomen.
Het hele pakket moet nog worden doorgerekend door het Centraal Planbureau. Bovendien heeft Nederland te maken met een demissionair kabinet en daarom is het nu nog niet duidelijk welke maatregelen de eindstreep halen. Het pakket staat in ieder geval vast totdat er na de verkiezingen een nieuw kabinet is gevormd. Uiteraard houden wij u de komende tijd op de hoogte.
Uw werknemer heeft recht op ouderschapsverlof om zo voor een bepaalde periode meer tijd en aandacht te besteden aan de opvoeding van de kinderen. Heeft uw werknemer dit recht volledig gebruikt, dan kan hij of zij u aansluitend verzoeken om een tijdelijke aanpassing van de werktijden.
Ouderschapsverlof is een wettelijk recht. Het kan worden opgenomen totdat het kind 8 jaar wordt en geldt per kind. Het opnemen van ouderschapsverlof mag u dus niet weigeren. De werknemer moet wel minimaal 1 jaar bij u in dienst zijn.
Sinds kort is in de wet opgenomen dat een werkgever een werknemer die ouderschapsverlof opneemt of wil opnemen, niet mag benadelen.
De werknemer bouwt tijdens de uren van het ouderschapsverlof geen vakantiedagen op. Tijdens het ouderschapsverlof hoeft u voor de verlofuren geen salaris uit te betalen, tenzij hierover andere afspraken zijn gemaakt. De uren die uw werknemer blijft werken, moet u uiteraard wel doorbetalen.
Het aantal uren ouderschapsverlof waarop de werknemer recht heeft bedraagt 26 maal de arbeidsduur per week. Het verlof wordt per week opgenomen, gedurende een periode van 12 maanden en het aantal uren verlof is maximaal de helft van het aantal uren dat de werknemer per week werkt.
De standaardverdeling van 50% werken en 50% verlof mag u niet weigeren. Nu kan het zijn dat uw werknemer wil afwijken van deze verdeling. Dit mag u wel weigeren, mits u hiervoor een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft.
Ook na het ouderschapsverlof is het soms moeilijk om een baan goed te combineren met de zorg voor jonge kinderen. Sinds kort kan de werknemer u daarom verzoeken om een tijdelijke aanpassing (bijvoorbeeld een jaar) van de werktijden. Het verzoek moet drie maanden voor afloop van het ouderschapsverlof bij u worden ingediend. U moet uiterlijk vier weken voordat het verlof afloopt hierover een beslissing nemen.
Voor ondernemers in de inkomsten- en vennootschapsbelasting die vanaf 2012 investeren in de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten, geldt sinds dit jaar een gunstige regeling. Het gaat hier om de zogeheten Research en Developmentaftrek (RDA). Alleen ondernemers die al speur- en ontwikkelingswerk doen en een S&O-verklaring volgens de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) hebben, mogen gebruik maken van de RDA.
De WBSO verlaagt de arbeidskosten van speur-en ontwikkelingswerk. De RDA verlaagt de overige kosten en uitgaven. Het is een extra aftrekpost van de winst en bedraagt 40% van de kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan het S&O-werk. De lijst van kosten waarvoor u aftrek kunt krijgen is lang, maar er zijn wel degelijk zaken uitgesloten van fiscale steun. Wat wel of niet fiscale steun krijgt, luistert nauw.
U kunt alleen kosten en uitgaven opvoeren voor de RDA-aftrek wanneer u de verplichtingen hiervoor na 1 januari 2012 bent aangegaan. Vanaf 1 mei aanstaande kunt u de RDA-aanvraag indienen. Dit kan alleen in combinatie met een WBSO-aanvraag.
Wanneer u een inschatting maakt van de projectkosten, houdt u er dan rekening mee dat een te hoge RDA-beschikking achteraf naar beneden wordt bijgesteld, maar dat een te lage inschatting van uw kosten niet wordt gecorrigeerd. U moet dus in ieder geval een bescheiden aanvraag vermijden!
Agentschap NL (www.agentschapnl.nl) handelt de aanvraag van uw WBSO en RDA af. Van het agentschap krijgt u een beschikking met daarop het RDA-bedrag. Dit bedrag kunt u als aftrekpost opvoeren in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.
U kunt meerdere projecten in één aanvraag stoppen en indienen bij het agentschap. Let er op dat ze elkaar niet overlappen en dat u ze op tijd indient, dat wil zeggen minstens één kalendermaand voordat u begint met het S&O-project.
Heeft u als werkgever een student-werknemer in dienst, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de afdrachtvermindering onderwijs. U hoeft dan minder loonbelasting/premie volksverzekeringen af te dragen. Vanaf dit jaar is de afdrachtvermindering onderwijs uitgebreid met buitenlandse opleidingen. Maar, let op: niet alle buitenlandse opleidingen komen in aanmerking en er gelden aanvullende eisen.
Vanaf 1 januari 2012 is de afdrachtvermindering onderwijs ook van toepassing als uw werknemer een opleiding volgt in een EER-land (Europees Economische Ruimte). Hieronder vallen alle EU-landen, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. De opleiding moet gelijkwaardig zijn aan een Nederlandse opleiding die in aanmerking komt voor de afdrachtvermindering onderwijs. Bovendien moet het gaan om buitenlandse opleidingen op mbo-niveau van de beroepsbegeleidende leerweg of niveau 1 en 2 van de beroepsopleidende leerweg. Daarnaast komen bepaalde opleidingen op hbo-niveau ook in aanmerking.
Een buitenlandse opleiding is gelijkwaardig als deze in het buitenland is erkend en het niveau en de kwaliteit vergelijkbaar zijn met een Nederlandse opleiding.
De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) toetst of de buitenlandse opleiding gelijkwaardig is aan een Nederlandse opleiding. Is dit het geval, dan geeft de dienst een positieve verklaring af. U heeft deze verklaring nodig om de afdrachtvermindering onderwijs te kunnen toepassen. Een positieve beslissing van DUO moet u bewaren in uw loonadministratie.
De verklaring vraagt u aan met een speciaal aanvraagformulier Toetsing Buitenlandse opleiding. U vindt dit formulier terug op de website DUO-IB-Groep: http://www.ib-groep.nl/zakelijk/klantenservice/wet_vermindering_afdracht.asp. Het volledig ingevulde formulier stuurt u op naar: Dienst Uitvoering Onderwijs, Postbus 50105, 9702 GE Groningen. Naast dit formulier moet u ook diverse bewijsstukken meesturen. Het gaat in ieder geval om het bewijs van inschrijving van de buitenlandse onderwijsinstelling.
Als uw aanvraag voldoet aan alle wettelijke eisen, dan mag u de afdrachtvermindering toepassen vanaf de datum dat DUO uw aanvraag in behandeling heeft genomen. Deze datum vindt u ook terug op de positieve beslissing van DUO.
Elektronisch factureren is niet meer weg te denken uit het zakelijk leven. De laatste onderzoeken liegen er niet om: meer dan de helft van de facturen wordt momenteel elektronisch verstuurd of ontvangen. Bijna een kwart van de bedrijven kiest voor geavanceerde factuurverwerking. Waarom zou u moeten overgaan op de e-factuur?
Vanaf begin 2009 mogen ondernemers in Nederland elkaar al rekeningen sturen per e-mail. Vanaf 1 januari 2013 wordt het in alle lidstaten van de Europese Unie wettelijk toegestaan om (grensoverschrijdend) e-facturen te sturen.
Vanaf 1 januari 2013 treedt de Europese richtlijn factureringsregels in werking. Hierdoor krijgen Europese ondernemers niet alleen de mogelijkheid om elektronische facturen te versturen, maar worden er ook tal van vereenvoudigingen doorgevoerd rond de btw-verplichtingen op een factuur.
Het grootste voordeel van de e-factuur is uiteraard het kostenvoordeel. De volledige verwerking hiervan kost gemiddeld € 6 per stuk, de papieren tegenhanger kost zo'n € 30. Daarnaast zorgt geautomatiseerde verwerking van e-facturen voor een betere controle op uw financiële administratie en een kortere doorlooptijd van het factuurproces. De ontvanger van een e-factuur kan de factuurgegevens bijvoorbeeld rechtstreeks elektronisch uit het factuurbericht in zijn administratie inlezen met speciale software.
Aan de e-factuur worden speciale eisen gesteld: de factuur mag niet veranderd zijn (integriteit) en moet afkomstig zijn van de verzender (authenticiteit). De e-factuur moet dus origineel zijn, goed leesbaar en niet te vervalsen. Bovendien moet de factuur voorzien zijn van echtheidskenmerken, zoals een elektronische handtekening of een elektronisch bestand voor het uitwisselen van gegevens.
Hoewel de Belastingdienst heeft bepaald dat facturen ‘vormvrij’ mogen zijn, blijven de overige factuurvereisten van de btw overeind: op de e-factuur moet de ondernemer alle informatie vermelden die ook op een papieren factuur moet staan. Ook het zeven jaar lang bewaren van facturen blijft verplicht.
Als uw klant niet betaalt dan kunt u een incassobureau inschakelen, maar u kunt ook proberen om de vordering zelf te innen. De kosten die u maakt kunt u verhalen op uw klant. Vanaf 1 juli 2012 geldt er een maximale vergoeding voor deze incassokosten.
De vergoeding voor incassokosten wordt straks berekend als percentage van het bedrag dat uw klant aan u is verschuldigd. Het minimumbedrag is € 40. Zo mag bijvoorbeeld niet meer dan € 150 aan incassokosten worden gevraagd, als een rekening van € 1.000 niet is betaald. Voor vorderingen van € 1 miljoen en meer bedragen de incassokosten maximaal € 6.775. Bedrijven kunnen onderling wel afwijkende afspraken maken over de hoogte van de incassokosten.
U kunt niet zomaar incassokosten in rekening brengen. Eerst zult u een brief moeten versturen waarin u de klant erop wijst dat hij de vordering, eventueel met incassokosten, moet betalen. Is de klant een consument dan moet u bovendien eerst een schriftelijke aanmaning versturen met een nakomingtermijn van 14 dagen.
Naast een vergoeding voor incassokosten mag u ook wettelijke rente in rekening brengen over het nog te betalen bedrag. Dat kan al op het moment dat uw klant de betalingstermijn overschrijdt. Bent u geen betalingstermijn overeengekomen, dan geldt een termijn van 30 dagen.
Veel bedrijven hebben last van klanten die te laat betalen. Daarom worden betalingstermijnen vanaf 1 januari 2013 wettelijk vastgelegd. Nu bepaalt de wet nog dat de betalingstermijn niet onredelijk mag zijn. Straks moet binnen 30 dagen na de factuurdatum worden betaald, als tussen leverancier en klant niets is afgesproken. In een overeenkomst mag ook een langere betalingstermijn van 60 dagen worden afgesproken.
Met ingang van 1 juli 2012 hanteert de overheid strengere CO2-grenzen voor de (zeer) zuinige auto met een bijtelling van 14% en 20%.
Leasemaatschappijen merken sinds de bekendmaking van deze maatregel een verhoogde vraag naar auto’s in deze bijtellingcategorieën. Veel mensen die ook privé rijden met hun auto van de zaak, dus bijtelling betalen, vinden het kennelijk verstandig om voor deze datum nog te profiteren van de gunstige CO2-normen. Is dat wijsheid?
Per 1 juli valt een dieselauto met een maximale CO2-uitstoot van 91 gr/km (gram per kilometer) in de bijtellingcategorie van 14%. Dat is nu nog 95 gr/km. Voor benzineauto’s wordt dat maximum per deze datum op 102 gr/km gesteld tegenover nu 110 gr/km.
De maximumuitstoot voor de bijtelling van 20% is als volgt: per 1 juli 114 gr/km voor dieselauto’s (nu: 116) en 132 gr/km voor benzineauto’s (nu: 140).
Vanaf 2013 worden de uitstootnormen elk jaar aangepast en nog strenger!
Wie het kenteken van een zuinige auto van de zaak vóór 1 juli 2012 op naam stelt, behoudt de lage bijtelling zolang de berijder of eigenaar niet wijzigt. Ook als occasion blijft een dergelijke auto echter interessant omdat de nieuwe eigenaar of gebruiker nog tot 1 juli 2017 de lage bijtelling mag rekenen.
Maar waarom nu die haast? Een auto, ook al is die voor uw onderneming, is geen impulsaankoop. Bovendien wijzen leasemaatschappijen bij aanschaf van een nieuwe auto terecht op het feit dat er meer factoren spelen dan alleen de kosten van de bijtelling. Denk aan de aanschafprijs en het leasetarief. Neem dus de tijd voor een weloverwogen keuze!
Autoproducenten introduceren dit jaar met grote waarschijnlijkheid nieuwe modellen die voldoen aan de nog strengere uitstootnormen. Ook als u na 1 juli een auto van de zaak aanschaft of least blijft een eenmaal vastgesteld bijtellingspercentage in ieder geval 60 maanden gelden.
Uit onderzoek blijkt dat veel ondernemers in het midden- en kleinbedrijf jaarlijks slachtoffer worden van criminaliteit en vandalisme. De overheid biedt daarom een helpende hand met de subsidieregeling “Veiligheid Kleine Bedrijven”. In 2012 en 2013 kunt u een financiële ondersteuning krijgen van maximaal € 1.000 bij het beter beveiligen van uw bedrijf. Wees er snel bij want de overheid heeft budget voor 9.000 aanvragen.
Om gebruik te kunnen maken van de subsidie moet u allereerst een beveiligingsscan laten uitvoeren door een onafhankelijk beveiligingsadviseur. Op de site van Agentschap NL (http://www.agentschapnl.nl/programmas-regelingen/overzicht-onafhankelijke-vkb-adviseurs) vindt u een lijst van veiligheidsadviseurs die zo’n beveiligingsscan mogen uitvoeren. Nadat de veiligheidsscan is uitgevoerd kunt u hiervoor subsidie aanvragen bij Agentschap NL. De overheid vergoedt € 300 per scan, per bedrijfsvestiging
hiermee aan de slag dan vergoedt de overheid de helft van de kosten met een maximum van € 700. Zorg er wel voor dat u de aanbevolen maatregelen binnen zes maanden na het indienen van uw subsidieaanvraag uitvoert. Om een gedeelte van de gemaakte kosten aan veiligheidsmaatregelen vergoedt te krijgen moet u opnieuw een subsidieaanvraag indienen bij Agentschap NL. Het beveiligingsrapport, facturen van de maatregelen en de veiligheidscan voegt u als bijlage toe bij uw aanvraag. Voldoet u aan alle voorwaarden dan ontvangt u binnen 8 weken de subsidie op uw rekening.
Het beveiligingsrapport, offertes en betaalbewijzen moet u goed bewaren voor een eventuele controle. Meer informatie over deze subsidieregeling vindt u ook op de site www.stavoorjezaak.nl.
U zult waarschijnlijk al de beschikking WOZ-waarde voor het jaar 2012 hebben ontvangen. Veel gemeenten overschatten de waarde van panden, voornamelijk als het gaat om leegstaande panden. Dit betekent dus dat de WOZ-waarde niet altijd de reële waarde vertegenwoordigt. Wat zou dit voor gevolgen voor u kunnen hebben? U betaalt als eigenaar hierdoor teveel gemeentelijke belasting. Daarnaast neemt u deze veel te hoge WOZ-waarde van uw pand ook over in uw boeken.
Wat kunt u hier tegen doen? U kunt binnen 6 weken na ontvangst van de WOZ-beschikking bezwaar maken tegen de te hoge WOZ-waarde. Uw bezwaar dient gemotiveerd te worden, desnoods met een onafhankelijk en recent taxatierapport.
Heeft u een BV? Stuur dan een uittreksel van de Kamer van Koophandel mee waaruit blijkt dat u tekeningsbevoegd bent.
Per 1 januari 2012 is wettelijk geregeld dat de ondernemer verplicht is de Belastingdienst te informeren bij onjuiste of niet volledige ingediende btw-aangiften.
Tot 1 januari 2012 had u al het recht om een suppletie in te dienen. Vanaf 1 januari 2012 is dit een verplichting geworden: indien u de afgelopen vijf jaar teveel of te weinig btw heeft aangegeven bent u wettelijk verplicht dit te melden aan de Belastingdienst. Hoe geeft u de btw-correcties door? De Belastingdienst stelt een suppletieformulier ter beschikking. U bent vanaf 1 april 2012 verplicht de btw-correcties door te geven via dit formulier.
Kleine btw-correcties (dat zijn correcties tot per saldo € 1.000 te betalen of terug te ontvangen) kunt u ook verwerken in de eerstvolgende btw-aangifte. U hoeft dan geen gebruik te maken van het verplichte suppletieformulier. De kleine correcties moeten verwerkt worden in de juiste rubrieken van de aangifte. U ontvangt van deze correcties geen naheffingsaanslag of afzonderlijke teruggaafbeschikking.