© Powered by SiteSpirit

 
intro.jpg

 
Nederlands

Woon-werkverkeer in de BTW niet zakelijk!

De staatssecretaris van Financiën heeft nieuwe regels geformuleerd rondom woon-werkverkeer en BTW. Bij uw berekening van de ‘BTW correctie privégebruik auto’ voor 2011 dient u rekening te houden met deze nieuwe regels.


Het woon-werkverkeer werd voor de BTW - evenals voor de loon- en inkomstenbelasting - gezien als zakelijk gebruik van de auto van de zaak. Door nieuwe regelgeving is dat per 1 juli 2011 gewijzigd. Vanaf die datum wordt het woon-werkverkeer voor de BTW aangemerkt als privégebruik van de auto van de zaak.
Het is dus heel goed mogelijk dat u voorheen niets met een correctie BTW privé gebruik auto van doen had, terwijl u hier onder de nieuwe regels wel mee te maken heeft.


Wat wordt onder woon-werkverkeer verstaan?

Voor de BTW wordt onder woon-werkverkeer verstaan: het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de vaste werkplaats(en)/bedrijfadres. Deze definitie gaat ervan uit dat het in de regel aan u is om uw woonplaats/verblijfplaats te kiezen. Daarbij dient u rekening te houden met uw vaste werkplaats (die bepalend is voor de lengte van het traject) en de wijze waarop het woon-werktraject wordt afgelegd.

Het bovenstaande betekent dus dat, indien u reist naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres, dit niet wordt aangemerkt als woon-werkverkeer. Zo zal het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats normaliter geen woon-werkverkeer zijn (tenzij dit als vaste werkplaats is overeengekomen). Ook bijvoorbeeld het reizen van een onderhoudsmonteur naar het adres van een klant valt daar dan niet onder.


Let op!

Ook het gebruik van bestelauto's voor woon-werkverkeer kwalificeert als privégebruik.






Versoepelde regels gemeenschap van goederen gehuwden!

Per 1 januari 2012 gelden versoepelde regels met betrekking tot de gemeenschap van goederen voor gehuwden. Wat betekent dit voor u?


Start echtscheidingsprocedure betekent einde gemeenschap

Per 1 januari 2012 is het tijdstip van ontbinding van de gemeenschap van goederen bij echtscheiding veranderd. De gemeenschap van goederen eindigt namelijk al zodra de echtscheidingsprocedure van start gaat. Vanaf het moment dat u een verzoekschrift tot echtscheiding indient, valt alles wat u daarna aan vermogen of schulden verwerft niet meer in de gemeenschap. Wat brengt dit voor u met zich mee? U kunt eerder een nieuwe woning kunt kopen zonder dat deze in de gemeenschap van goederen valt. Daarnaast bent u dus niet langer (hoofdelijk) aansprakelijk voor schulden die uw partner aangaat nadat het verzoek tot echtscheiding is ingediend.


Geen toestemming rechter nodig

Wilt u de gemeenschap van goederen tijdens uw huwelijk wijzigen in huwelijkse voorwaarden? Dan heeft u hiervoor vanaf 1 januari 2012 geen toestemming meer nodig van een rechter. Ook een wijziging in uw huwelijkse voorwaarden kan zonder juridische procedure. Dit maakt het sneller en goedkoper voor u.


Let op!

Bent u een geregistreerd partnerschap aangegaan? Dan gelden de bovenstaande wijzigingen ook voor u.






Aantrekkelijke beloningsopties voor uw meewerkende partner!

Uit een recent onderzoek blijkt dat ruim tweederde van de samenwonende partners die meewerken aan het bedrijf van de andere partner daar niet voor betaald krijgen. Na de relatie blijven deze partners met lege handen achter. Kunt u uw partner onbetaald aan het werk zetten?

Hieronder komt aan bod welke beloningsvorm u kunt kiezen en wat de fiscale gevolgen hiervan zijn.


U geeft uw partner geen vergoeding

Als uw partner onbetaald meewerkt, kunt u na afloop van het jaar een bedrag aftrekken van uw winst, de meewerkaftrek. U moet dan wel voldoen aan het urencriterium. Het bedrag van de meewerkaftrek is afhankelijk van de hoogte van de winst en van het aantal uren dat uw partner meewerkt. U dient het aantal meegewerkte uren van uw partner aannemelijk te maken. Hierbij kunt u het beste gebruik maken van een urenadministratie.


U geeft uw partner een arbeidsbeloning

Geeft u uw partner een vergoeding voor de werkzaamheden binnen uw onderneming van minimaal € 5.000? Dan kunt u deze beloning van uw winst aftrekken. Geeft u uw partner een arbeidsvergoeding van minder dan € 5.000? Dan heeft u recht op de meewerkaftrek. De arbeidsbeloning is voor uw partner inkomen, als die beloning minimaal € 5.000 is. Uw partner betaalt daarover inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Geeft u uw partner wel een arbeidsbeloning maar is deze lager dan € 5.000 dan is deze arbeidsbeloning niet bij uw partner belast. Daar staat echter tegenover dat deze arbeidsbeloning ook niet ten laste van het resultaat van uw onderneming gebracht mag worden.


U sluit een arbeidsovereenkomst met uw partner

U kunt met uw partner een arbeidsovereenkomst sluiten. Uw partner is dan bij u in dienstbetrekking. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:


  • Uw partner werkt onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als uw andere werknemers;
  • Uw partner ontvangt loon.

Het loon van uw partner wordt betrokken in de loonheffing.


U vormt samen met uw partner een onderneming (Man-vrouw firma)

Kwalificeren zowel u als uw partner als ondernemer? Dan kunt u samen een man-vrouw firma vormen, de speciale variant van de vennootschap onder firma. Uw partner is hierbij dan medeondernemer met alle consequenties van dien. Zo kan uw partner afzonderlijk in aanmerking komen voor de fiscale ondernemersfaciliteiten maar dient uw partner zich te laten registeren bij de KvK en de belastingdienst. Uw partner is zodoende wel medeverantwoordelijk voor schulden van de onderneming.


Let op!

Het bedrag van de meewerkaftrek is voor uw partner geen inkomen. Uw partner hoeft daarover dus geen belasting te betalen!


Milieu- en Energielijst 2012 gepubliceerd!

De Milieulijst voor de MIA/Vamil-regeling en de Energielijst voor de Energie-investeringsaftrek voor 2012 zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Wanneer komt u in aanmerking voor de MIA, Vamil en de Energie-investeringsaftrek?


Energie-investeringsaftrek

De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale regeling waarmee u extra ondersteuning krijgt bij het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Met de EIA kunt u 41,5% van de investeringskosten van energiebesparende bedrijfsmiddelen in aftrek brengen op uw fiscale winst, bovenop uw gebruikelijke afschrijving. U kunt per kalenderjaar minimaal € 2.300 en maximaal € 118 miljoen aan energie-investeringen doen om in aanmerking te komen voor de EIA.   Op de Energielijst voor 2012 ziet u welke bedrijfsmiddelen in aanmerking kunnen komen voor de EIA .   Klik hier om direct te gaan naar de Energielijst voor 2012.


Milieu-investeringsaftrek en Vamil

De overheid biedt u met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) de mogelijkheid om fiscaal voordelig te investeren in milieuvriendelijke producten of bedrijfsmiddelen. Ook wordt u de mogelijkheid geboden om innovatieve milieuvriendelijke producten sneller op de markt te brengen. Door gebruik te maken van de MIA kunt u tot 36% van de investeringskosten voor een milieuvriendelijke investering aftrekken van de fiscale winst, bovenop de reguliere afschrijving. De Vamil biedt de mogelijkheid 75% van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Om voor de Vamil/MIA in aanmerking te komen dient het totaal aan investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan per kalenderjaar minimaal  € 2.300 en € 25 miljoen te bedragen.   Op de Milieulijst 2012 leest u ongeveer 370 investeringen waarvoor u de MIA, Vamil of MIA én Vamil kunt aanvragen. De investeringen (of bedrijfsmiddelen) die in de lijst zijn opgenomen, zijn minder milieubelastend en gaan vaak verder dan wat wettelijk is voorgeschreven. U kunt de EIA en Vamil gelijktijdig toepassen voor bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor zowel EIA als voor Vamil. U kunt echter de EIA en de MIA niet gelijktijdig toepassen.   Klik hier om direct te gaan naar de Milieulijst voor 2012.


Let op!

U kunt per 1 januari 2012 de EIA, de MIA en de Vamil alleen digitaal aanvragen bij het Agentschap NL. Een aanmelding op papier wordt niet geaccepteerd!






Geen zwangerschapsverklaring meer nodig voor aanvraag uitkering!

Met ingang van 1 januari 2012 heeft u als werkgever geen zwangerschapsverklaring meer nodig als u een WAZO-uitkering aanvraagt voor uw werknemer.


Wat is een zwangerschapsverklaring en waar is deze voor nodig?

Een zwangerschapsverklaring is een verklaring van een arts of verloskundige, waarin onder meer de vermoedelijke datum van bevalling wordt opgenomen. Deze verklaring dient uw werknemer aan u te overhandigen bij het aanvragen van zwangerschapsverlof. U heeft deze verklaring weer nodig om een uitkering aan te vragen voor uw werknemer bij de uitvoeringsinstelling (het UWV). Deze verklaring dient u namelijk mee te sturen met de aanvraag. De zwangerschapsverklaring heeft u verder nodig zodat u de vermoedelijke bevallingsdatum kunt invullen bij de aanvraag van de zwangerschapsuitkering. U heeft de verklaring ook nodig, omdat UWV deze kan opvragen ter controle. Bewaar daarom de zwangerschapsverklaring tot minimaal 1 jaar na de uitkering.


Wat verandert er?

Met ingang van 1 januari 2012 is het niet meer nodig om een zwangerschapsverklaring mee te sturen bij de aanvraag van een WAZO-uitkering voor uw werknemer. Let wel, de UWV kan tot 1 jaar na afloop van de uitkering de verklaring bij u opvragen ter controle.


Let op!

Bent u zelfstandige en vraagt u een ZEZ-uitkering aan, dan is er nog wel een zwangerschapsverklaring nodig. Deze verklaring dient u mee sturen met de aanvraag van uw uitkering






U krijgt belastingaftrek voor onderzoek en ontwikkeling

Het kabinet heeft de regeling Research & Development Aftrek (RDA) in het Belastingplan 2012 uitgewerkt. Wat houdt de RDA regeling in?


De RDA regeling

De RDA regeling is een nieuw fiscaal instrument, waarmee de overheid bedrijven vanaf 2012 extra willen stimuleren om te innoveren. Dit houdt in dat u een belastingaftrek kunt krijgen welke is gericht op investeringen en kosten die betrekking hebben op de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. U kunt in aanmerking komen voor een aftrek van 40%. Deze regeling geldt zowel in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting. De loonkosten vallen niet onder deze regeling, omdat de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) dit al fiscaal stimuleert.


Aanvraag via Agentschap NL

De RDA wordt vastgesteld door het Agentschap NL. U ontvangt dus van het Agentschap NL een beschikking die de hoogte van de RDA weergeeft. Deze beschikking is gebaseerd op de door u aangegeven schatting van de kosten en investeringen over een bepaald jaar of een periode binnen dat jaar. U krijgt een correctie mogelijkheid in het geval blijkt dat uw kosten en investeringen meer dan een bepaalde marge afwijken van uw schatting vooraf.


Hoe verwerkt u de RDA in uw aangifte?

U neemt de RDA over van de door het Agentschap NL afgegeven beschikking in uw winstaangifte voor de inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting. De Belastingdienst controleert vervolgens of de hoogte van de door u in de aangifte ingevulde RDA overeenkomt met het bedrag op de door het Agentschap NL afgegeven beschikking.


Let op!

De RDA regeling zal vanaf 1 januari 2012 gelden.





Uren minstwerkende partner beslissend voor kinderopvangtoeslag

Bij het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag wordt op dit moment niet gekeken naar het aantal uren dat u en eventueel uw partner werken, maar naar het inkomen. Het kabinet gaat dat per 1 januari 2012 veranderen.


Wat gaat er veranderen?

Vanaf 1 januari 2012 wordt de kinderopvangtoeslag gekoppeld aan het aantal uren dat de ouder met de minste uren heeft gewerkt. U heeft dan bij dagopvang (voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar) recht op toeslag voor 140% van de werkuren van de minst werkende partner. Voor schoolgaande kinderen (van 4 tot en met 12 jaar) kunt u  70% van de uren declareren.


Urencriterium voor kinderopvangtoeslag

Alle uren die u besteedt aan uw onderneming komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Hoe dient u uw uren  als zelfstandige bij te houden? Volgens het kabinet kunt u  de gewerkte uren op een vergelijkbare wijze aannemelijk kunnen maken als nu al gebeurt bij de zelfstandigenaftrek. Het kabinet geeft aan dat zelfstandigen die in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek reeds gewend zijn om de gewerkte uren bij te houden in verband met het urencriterium. De koppeling tussen de uren en de kinderopvangtoeslag geldt overigens op jaarbasis en controle zal achteraf plaatsvinden.


U wordt in 2012 verder geïnformeerd

Zo zult u in januari per brief nog eens geïnformeerd worden over de koppeling van kinderopvangtoeslag aan het aantal gewerkte uren. Hierbij zal specifiek aandacht worden besteed aan het aannemelijk maken van de gewerkte uren. Ook zal op de website van de Belastingdienst/Toeslagen een lijst met mogelijke bewijsmiddelen voor de uren komen. Deze lijst laat zien welke bewijsmiddelen zullen worden geaccepteerd, maar sluit niet uit dat ook andere bewijsmiddelen mogelijk zijn. Verder komt er een aangepaste instructie voor de medewerkers van de Belastingtelefoon over de koppeling kinderopvangtoeslag aan gewerkte uren voor zelfstandigen.


Let op!

Indien u uw werkzaamheden als zelfstandige beëindigt,  blijft u nog  drie maanden recht houden op kinderopvangtoeslag.





U moet straks voldoen aan omzetcriterium

Het urencriterium wordt vervangen door een omzetcriterium van € 10.000. Wat houdt het omzetcriterium in?


Indien u voldoet aan het urencriterium krijgt u toegang tot de zelfstandigenaftrek, de aftrek speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek en de fiscale oudedagsreserve. Uw toegang is straks niet meer afhankelijk van uw uren maar van uw omzet.


Wat wordt gerekend tot uw omzet?

Voor het omzetcriterium wordt onder omzet verstaan: ‘de opbrengst uit leveringen van goederen en diensten die direct voortvloeien uit uw onderneming - onder aftrek van kortingen en dergelijke - en van over de omzet geheven belastingen’. Hiermee wordt dus de netto-omzet bedoeld die u opneemt in de jaarstukken en ook bekend is uit de Wet op de jaarrekening. Opbrengsten die niet direct voortvloeien uit de reguliere uitoefening van uw onderneming, zoals renteopbrengsten en opbrengsten van vorderingen en effecten, tellen niet mee voor het omzetcriterium.


Samenwerkingsverband

Is er sprake van een samenwerkingsverband? Voor het omzetcriterium moet u dan de winsttoedeling volgen. Omzet die u heeft behaald met werkzaamheden in een ongebruikelijk samenwerkingsverband die hoofdzakelijk ondersteunend van aard zijn, tellen niet mee voor het omzetcriterium. Hetzelfde geldt voor de omzet die is behaald met leveringen en diensten door een verbonden persoon ten behoeve van een bovenmaatschap of - firma.


Zwanger

Voor zwangere onderneemsters geldt een lagere omzetnorm. De leveringen en diensten worden tijdens de periode die overeenkomt met het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor werkneemsters, voor de bepaling van de omzet geacht niet te zijn onderbroken.


Let op!

Het is nog niet duidelijk wanneer het omzetcriterium gaat gelden. De uitwerking in het wetsvoorstel gaat alleen in op de introductie van het omzetcriterium voor de zelfstandigenaftrek. Het omzetcriterium is voor de overige ondernemersfaciliteiten nog niet uitgewerkt.




Geen rittenregistratie meer bij zakelijk gebruik bestelauto

In het Belastingplan 2012 is opgenomen dat de rittenadministratie achterwege kan blijven voor bestelauto's van de zaak, indien u in het bezit bent van een verklaring "geen privégebruik bestelauto".


Wat verandert er?

Het kabinet introduceert een verklaring "uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto". Met deze verklaring kunt u aangeven dat u de bestelauto uitsluitend zakelijk gebruikt. Dit betekent dat u aangeeft dat u geen enkele kilometer privé rijdt met de bestelauto. Zo komt u niet aan de bijtelling. Momenteel kunt u de bijtelling achterwege laten indien u een rittenregistratie bijhoudt. Deze rittenregistratie zorgt voor teveel administratieve lasten, dus de bovengenoemde verklaring biedt uitkomst. Een rittenregistratie is gedurende de periode dat de bovengenoemde verklaring is afgegeven niet nodig.


Toezicht

Indien u in het bezit bent van de verklaring, zal er ambulant toezicht worden uitgeoefend. Indien bij controle wordt vastgesteld dat de bestelauto wordt gebruikt op een wijze die wellicht als privé kan worden aangemerkt, wordt van u gevraagd het zakelijke karakter van die betreffende rit aan te tonen. Het aantonen van het zakelijk karakter is mogelijk met iedere vorm van bewijs, bijvoorbeeld een werkbon of de verklaring van een klant.


Wanneer?

De wijziging treedt naar verwachting op 1 januari 2012 in werking.


Let op!

Met de verklaring "uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto" is het niet toegestaan om privékilometers te rijden. Houdt u een rittenadministratie bij? Dan mag u de bestelauto van de zaak voor maximaal 500 km per jaar privé gebruiken.





Urencriterium voor de zelfstandigenaftrek wordt afgeschaft

De Tweede Kamer heeft op 17 november 2011 een motie van Kamerlid Braakhuis van GroenLinks om het urencriterium te schrappen aangenomen.


Voldoet u aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek

Het urencriterium houdt in dat wanneer u gedurende een kalenderjaar minimaal 1225 uren besteedt aan werkzaamheden voor uw onderneming, u in aanmerking komt voor de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek.


Afschaffen urencriterium

Kamerlid Braakhuis stelt voor om het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek af te schaffen en deze te vervangen door een omzetcriterium met een glijdende schaal of een winstcriterium. Hoe ziet het omzetcriterium eruit?   Als u als ondernemer € 10.000 of meer omzet heeft behaald, heeft u recht op 100% zelfstandigenaftrek. Is uw omzet € 5000, dan heeft u recht op 50% van de zelfstandigenaftrek.


Let op!

De voorgestelde wijziging voor de zelfstandigenaftrek zal begin 2012 nader bekeken worden. Het is nog niet duidelijk wanneer deze dan in werking treedt. Blijf dus voorlopig uw uren bijhouden voor de zelfstandigenaftrek!






NHG-verhoging verlengd tot 1 juli 2012!

Naar aanleiding van de crisis op de woningmarkt heeft het kabinet besloten om de kostengrens van de NHG tot 1 juli 2012 te handhaven op € 350.000.


Wat is NHG?

De nationale Hypotheek Garantie (hierna: NHG) is een garantie die u kunt krijgen als u een lening afsluit voor het kopen of verbouwen van een woning. Voorwaarde is dat u ook echt in de woning woont (als hoofdverblijf). De totale kosten – met inbegrip van notariskosten, afsluitprovisie, eventuele verbouwingskosten en overige kosten – mogen maximaal
€ 350.000 bedragen. Bij het afsluiten van NHG betaalt u eenmalig 0,55% over uw hypotheekbedrag, de zogenoemde borgtochtprovisie. Alle kosten die u moet maken om NHG te verkrijgen zijn fiscaal aftrekbaar.


Waarom NHG?

In het geval u uw hypotheek tijdelijk geheel of gedeeltelijk niet meer kunt aflossen, stelt NHG u in de gelegenheid om in aanmerking te komen voor de woonlastenfaciliteit waarmee u in staat wordt gesteld een moeilijke periode te overbruggen zodat u in uw woning kunt blijven wonen


Verhoging NHG-grens handhaven

In juli 2009 heeft het toenmalig kabinet besloten de NHG-grens tijdelijk te verhogen van
€ 265.000 naar € 350.000 als crisismaatregel. Deze maatregel zou op 1 januari 2012 eindigen. Echter, het kabinet heeft vanwege de niet verbeterde situatie op de woningmarkt besloten om de kostengrens van de NHG tot 1 juli 2012 te handhaven op € 350.000. Daarna wordt de kostengrens in drie stappen verlaagd totdat medio 2014 het oorspronkelijke niveau van € 265.000 wordt bereikt. Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de kostengrens:
Tot 1 juli 2012 € 350.000
Per 1 juli 2012 € 320.000
Per 1 juli 2013 € 290.000
Per 1 juli 2014 € 265.000


Let op!

De borgtochtprovisie wordt per 1 januari 2012 verhoogd van 0,55% naar 0,70%.





Lunchritten vallen onder woon-werkverkeer!

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat alle ritten tussen werk en woning onder het woon-werkverkeer vallen.  


Als u in een auto van de zaak rijdt, dan is het voordeel dat u heeft bij het privégebruik van de auto belast als loon in natura (de zogeheten bijtelling). Uw zakelijke kilometers zijn dus onbelast.


Geen bijtelling bij maximaal 500 kilometer privégebruik

U mag de bijtelling voor privégebruik achterwege laten bij overtuigend bewijs dat u op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt. Dit bewijs levert u onder meer door een sluitende rittenadministratie bij te houden. U dient zoveel mogelijk aan te tonen dat u zakelijk rijdt met de auto van de zaak. De Hoge Raad biedt hierbij uitkomst als het gaat om ritten van werk naar huis en omgekeerd.


Geen beperkte uitleg woon-werkverkeer

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak waarbij een belastingplichtige in de middagpauze op en neer naar zijn woning rijdt om te gaan lunchen. Volgens de Hoge Raad moet het begrip woon-werkverkeer niet beperkt worden uitgelegd: alle gemaakte ritten vanaf het woonadres naar het werkadres tijdens een werkdag moeten worden gerekend tot het woon-werkverkeer.

U kunt dus gedurende de dag op en neer rijden van huis naar werk en deze ritten verantwoorden als zakelijk in uw administratie. Zelfs als u meerdere malen per dag op en neer rijdt.


Let op!

Doordat de gemaakte kilometers voor de lunchritten als zakelijke kilometers kunnen worden aangemerkt, komt u minder snel aan de grens van 500 kilometer voor de bijtelling





Sparen voor spaarloon, levensloop of vitaliteit?

Op Prinsjesdag zijn wijzigingen aangekondigd met betrekking tot een aantal spaarregelingen: de beëindiging van de levensloop- en spaarloonregeling en de introductie van vitaliteitssparen. Wat betekent dat voor u? En wat is slim om nog dit jaar te doen?


Spaarloontruc: laatste kans in 2011

Alle op 31 december 2011 bestaande spaarloontegoeden kunnen vanaf 1 januari 2012 vrij worden opgenomen. Opname is niet verplicht: tot 1 januari 2016 blijft de vrijstelling in box 3 bestaan. In de media is uitgebreid aandacht besteed aan de spaarloontruc: de werknemer stort voor eind december € 613 in de spaarloonregeling en neemt dit brutobedrag in januari 2012 netto weer op. Het belastingvoordeel voor de werknemer kan oplopen tot € 318 (afhankelijk van het belastingtarief). Het belastingnadeel voor u, als werkgever, kan oplopen tot € 153 (25% van € 613). Daarnaast wordt u geconfronteerd met extra administratieve lasten.


Indien u een spaarloonreglement heeft, kunt u toepassing van spaarloon echter niet weigeren, tenzij:

  • uw werknemer op 1 januari nog niet in dienst was, of;
  • uw werknemer al deelneemt aan de levensloopregeling, of;
  • voor uw werknemer niet vanaf 1 januari de algemene heffingskorting wordt toegepast, of;
  • de regeling op grond van uw spaarloonreglement niet openstaat voor uw werknemer.

U krijgt meer ruimte voor samenwerking

U krijgt geen mededeling aangifte loonheffingen meer!

Voor u op een rijtje: regelingen die vervallen/wijzigen per 2012!

Extra aftrek voor ontwikkeling nieuwe producten en diensten!

Informatieverplichting fiscus voor u als werkgever!

Behoud lage btw-tarief zit er niet in!

De overheid steunt u bij uw kredietaanvraag!

Schaf vóór 1 juli 2012 zuinige lease-auto aan!

Wetsvoorstel Personenvennootschappen ingetrokken!

Fiscus binnenkort niet meer te gebruiken als spaarbank!

De nieuwe werkkostenregeling